De eigenaar van het hef- of hijsgereedschap dient er zorg voor te dragen dat het hef- of hijsgereedschap
tijdens het gebruik veilig blijft. De werkgever moet de risico’s tijdens het gebruik
vaststellen en maatregelen nemen om deze risico’s te minimaliseren. De uitvoering en frequentie
van de gebruikscontrole, de periodiek keuring en inspectie kunnen hiervan een
onderdeel zijn. Als hulpmiddel bij de bepaling kan bijlage 5 van het AI-17 blad “Risicofactoren
bij gebruik van hijs- en hefmiddelen” worden gehanteerd. Informatie betreffende deze bijlage
is bij Hef & Hijs Nederland B.V. opvraagbaar. Soms schrijft de fabrikant voor welke periodieke
keuringen en/of beproevingen uitgevoerd moeten worden. Alle hijs- en hefgereedschappen
vallen onder het regime van de Machinerichtlijn. Dit betekent dat voor hijs- en hefgereedschappen
IIA-verklaringen afgegeven moeten worden. In de praktijk is het zeker niet
altijd praktisch uitvoerbaar voor de werkgever om, via een risico-inventarisatie, te bepalen
welke keuringstermijnen voor zijn hijsgereedschappen verantwoord is. Daarom is in het schema
(op pagina 56) een overzicht gegeven van het in het algemeen gehanteerde minimumtermijnen
zeer goed hanteerbaar. De minimumtermijnen zijn hierin per productgroep vermeld.
Alle genoemde termijnen zijn als minimumtermijn te hanteren, maar dienen te allen
tijde te worden aangepast (verkort) indien er sprake is van zeer intensief of ruw gebruik, conform
de door de fabrikant in de gebruikshandleiding opgenomen voorschriften.
Aldus het AI-17 blad van het ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid, te verkrijgen
via
www.sdu.nl of bij Hef & Hijs Nederland B.V.